Boekrecensie Verschenen in De Boekenkrant, april 2026.
Het verhaal van Chirbet Chiz’a, of Een lied van leegte, is de getuigenis van een soldaat met wroeging. Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1949, en speelt zich af gedurende één dag in de Israëlisch-Arabische oorlog, of Nakba, die volgde op het uitroepen van de staat Israël in 1948.
Chirbet Chiz’a is de gefictionaliseerde naam van het Palestijnse dorp Chirbet al-Chisaas. Enkele Israëlische soldaten hebben opdracht gekregen het dorp te ontruimen, alle bewoners af te voeren, huizen en bezittingen in brand te steken of toe te eigenen. De schrijver staat erbij, kijkt ernaar, wil niet meedoen, doet mee. Wat in gang is gezet laat zich niet stoppen. ‘Wat waren we hier verdomme aan het doen? Uit wat voor waaibomenhout was ik gesneden?’ (in de beeldende vertaling van Ruben Verhasselt). Vuile handen maken. De hypocrisie van de commentator.
De schrijver Yizhar Smilansky, pseudoniem S. Yizhar, vocht als inlichtingenofficier mee in het Israëlische leger. Het verhaal van Chirbet Chiz’a is zijn relaas, gebaseerd op eigen ervaringen. In de novelle stelt Yizhar fundamentele vragen: over de stichting van de staat Israël, over menselijke waardigheid, schuld en machteloosheid, medeplichtigheid: “Ik verbaasde me erover hoe gemakkelijk het was te zwichten voor de verleiding, zich met open ogen op een dwaalspoor te laten brengen, zich spontaan te voegen bij die grote, algemene kudde van leugenaars.”
Het verhaal van Chirbet Chiz’a is een stilistisch meesterwerk. Binnen de lengte van één bladzijde wisselt het perspectief van de commandant (“We hebben ze helemaal overrompeld. Mik een beetje verder naar rechts”), via de verveelde soldaten die zich gedragen alsof het een strandvakantie betreft (“we lagen op onze buik te genieten van het schouwspel en werden steeds enthousiaster”), naar het perspectief aan de andere kant van het geweervuur. “Hoe nu iemand verschrikt opkeek van zijn bezigheden, koude rillingen over de rug, samentrekkende ingewanden, een doodsbange moeder die naar buiten ging om haar kinderen te verzamelen met een hart dat ineenkromp en bijna stil bleef staan”.
Lange, ademende zinnen waaieren uit over het landschap, de ultieme hoofdrolspeler in dit verhaal. Een schuldig landschap, naar Armando. “Die lege dorpen – er kwam een dag dat ze het zouden uitschreeuwen. Je liep erdoorheen, in al je onschuld, en plotseling kwam het op je af, zonder dat je wist waarvandaan, en werd je in zwijgen begeleid door onzichtbare ogen van muren, erven en stegen.” De dialogen zijn dan weer scherp en aards. Karakters worden in enkele pennenstreken neergezet.
Het verhaal van Chirbet Chiz’a heeft een belangrijke plaats in de Israëlische literatuur. Decennialang stond het op de curricula van middelbare scholen. Tegenwoordig is dat niet meer het geval. Het boek is een pijnlijke, kritische getuigenis over het stichtingsverhaal van de staat Israël, en daarmee ook een spiegel voor Europa en de Europeanen. “Wat hebben ze ons niet allemaal verteld over vluchtelingen?” schrijft Yizhar. “Alles, alles voor de vluchtelingen, hun welzijn en hun redding… ónze vluchtelingen, uiteraard. Maar degenen die wij verdrijven en tot vluchtelingen maken – dat is een volstrekt andere kwestie. Wacht: tweeduizend jaar ballingschap. Wat niet al? Joden die worden omgebracht. Europa. Nu zijn wij de baas…”
Smilansky kende de joodse diaspora niet uit eigen ervaring. “Ik was nooit in de diaspora geweest” schrijft hij in Chirbet Chiz’a,“ik had nooit geweten hoe dat was. Ineens ging me een licht op, als een bliksemflits. (…). Dit was ballingschap. Zo zag dus ballingschap eruit. Wij zonden hen in ballingschap.”
S. Yizhars lied van leegte is in zijn literaire kwaliteit, en als poging de geschiedenis onder ogen te zien, tijdloos.
Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Een lied van leegte.
S. Yizhar. Oorspronkelijk verschenen in het Hebreeuws in 1949.
Vertaling door Ruben Verhasselt, met een nawoord door Nathan Thrall
Uitgeverij Cossee, 2026.
€19,99